De patiënt leest bijvoorbeeld Stege waar Treppe staat en Geiss waar Ziege is gedrukt. Omdat de vervangingen semantisch correct zijn, moet de oorspronkelijke betekenis wel zijn begrepen. Toch verandert de vorm van het woord op een systematische manier, zonder de visuele of fonetische gelijkenis die bij gewone leesfouten vaak een rol speelt. Jung ziet hierin geen toevallige vergissing, maar een automatisme waarbij een onbewust proces relatief onafhankelijk van de bewuste aandacht functioneert.
Het verschijnsel biedt volgens hem een klein maar scherp afgebakend voorbeeld van dissociatie. De bewuste lezer neemt de betekenis op, terwijl een andere psychische tendens de verbale vorm vervangt. Daarmee krijgt hysterisch verlezen een bredere psychopathologische betekenis. Het toont hoe autonome complexen en aangeleerde taalpatronen het gedrag kunnen sturen zonder dat het bewustzijn hun tussenkomst herkent.
Deze Nederlandse editie vermijdt de latere en misleidende interpretatie alsof het essay over gedachtenlezen zou gaan. Zij keert terug naar het concrete taalkundige probleem dat Jung beschrijft. Het nawoord plaatst de casus in het vroege onderzoek naar hysterie, dissociatie en taalautomatismen. Aanvullende materialen geven achtergrond bij het Zwitserduits, de klinische terminologie en Jungs werk aan het Burghölzli.