Cryptomnesie is voor Jung geen bovennatuurlijke kennis en ook geen uitzonderlijke vermeerdering van het geheugen. Zij ontstaat wanneer een opgeslagen inhoud opnieuw bewust wordt zonder het kenmerkende gevoel van herinnering. Daardoor kan iemand een oude passage, melodie of voorstelling als een eigen schepping ervaren. Het verschijnsel is van belang voor de psychologie van creativiteit, plagiaat zonder bewuste bedoeling en de schijnbare voorkennis van gebeurtenissen.
Jung bespreekt onder meer situaties waarin iemand over een persoon droomt, die droom vergeet en later het gevoel krijgt die persoon spoedig te zullen ontmoeten. Wanneer de ontmoeting inderdaad plaatsvindt, lijkt er sprake van voorgevoel. Jung suggereert echter dat een vergeten droomherinnering de verwachting kan hebben voorbereid. Wat als voorspelling wordt ervaren, kan dus voortkomen uit onbewuste herinnering en associatie. Zulke analyses vormen nog geen theorie van synchroniciteit, maar zij tonen wel zijn vroege belangstelling voor ervaringen die zich op de grens van toeval, geheugen en betekenis bevinden.
De Nederlandse uitgave is gebaseerd op de Duitse tekst en maakt de redenering toegankelijk zonder haar historische karakter uit te wissen. Het nawoord bespreekt cryptomnesie in relatie tot geheugenonderzoek, kunstzinnige schepping en Jungs latere denken over betekenisvolle coïncidenties. Een chronologie, een begrippenregister en bibliografische toelichtingen completeren het boek.