In het eerste dossier vertoont de verdachte hysterische trekken en lijkt zij een pathologische overtuiging te hebben over een zekere Baumann, een figuur die centraal staat in haar frauduleuze verhaal. Jung overweegt verminderde verantwoordelijkheid, maar wijst nadrukkelijk op lacunes in het dossier en op onzekerheid over de subjectieve werkelijkheid van die overtuiging. In de tweede zaak schrijft hij het bedrog hoofdzakelijk toe aan doelbewust gedrag en een manipulerende persoonlijkheidsstijl, niet aan een stoornis die de verantwoordelijkheid zou opheffen.
De betekenis van het stuk reikt verder dan deze historisch bepaalde diagnoses. Jung laat zien hoe sterk een expertise afhankelijk is van de kwaliteit van het beschikbare materiaal, van het onderscheid tussen psychologische verklaring en juridische verontschuldiging en van de interpretatie van gedrag op de grens van pathologie en normoverschrijding. Hij bekritiseert impliciet een rechtsorde die psychiatrische instellingen belast met problemen waarvoor het strafrecht geen samenhangend antwoord heeft.
De vertaling behoudt het historische begrippenkader, maar voorziet het van kritische toelichting. Het nawoord bespreekt de forensisch psychiatrische categorieën van die tijd, het begrip verantwoordelijkheid en de plaats van hysterie in deskundigenonderzoek. Een chronologie, een register en documentaire aanvullingen plaatsen beide zaken binnen Jungs klinische en gerechtelijke praktijk.