Jung behoudt de belangrijkste verworvenheden van de psychoanalyse. Hij erkent onbewuste processen, verdringing, de waarde van droomanalyse en de noodzaak om symptomen als psychisch betekenisvolle formaties te begrijpen. Tegelijk bestrijdt hij de neiging om alle psychische energie tot seksualiteit te herleiden. Libido moet volgens hem ruimer worden opgevat als algemene energie die instinctieve, affectieve, intellectuele, religieuze en creatieve vormen kan aannemen.
Deze herdefiniëring opent de analyse voor mythen, rituelen en collectieve voorstellingen. Culturele producten zijn niet slechts vermommingen van seksuele driften. Zij ordenen ervaring, geven conflicten een vorm en kunnen de ontwikkeling van de persoonlijkheid sturen. Jung behoudt daarmee de methode voor het onderzoeken van het onbewuste, maar verandert de theoretische grondslag ervan ingrijpend.
De Nederlandse vertaling is gebaseerd op het uitgebreide Duitse manuscript en houdt rekening met de eerste Engelse publicatie. Het nawoord bespreekt de breuk met Freud, de verruiming van het libidobegrip en het ontstaan van de analytische psychologie. Een chronologie, een begrippenregister en aanvullende documenten plaatsen de tekst binnen de beslissende debatten van 1913.