Het centrale geschil betreft de libido. Jung definieert haar als algemene psychische energie die zich kan verplaatsen tussen seksualiteit, ambitie, creativiteit, religie, denken en sociale aanpassing. Hierdoor kan hij neurose niet alleen vanuit infantiele trauma's verklaren, maar ook vanuit ontwikkelingstaken die iemand in het heden ontwijkt. Een fixatie aan het verleden kan bescherming bieden tegen eisen die de actuele levensfase stelt.
Het boek werkt ook de complextheorie verder uit en betrekt steeds meer mythologisch en cultureel materiaal. Dromen en fantasieën drukken persoonlijke conflicten uit, maar kunnen symbolische vormen gebruiken die de directe biografische ervaring overschrijden. Jung bereidt zo de begrippen collectief onbewuste en individuatie voor, zonder ze al in hun latere vorm volledig uit te werken.
De Nederlandse vertaling is rechtstreeks gebaseerd op de oorspronkelijke Engelse tekst. Het nawoord reconstrueert de setting van de lezingen, de meningsverschillen met Freud en de verandering van de psychoanalytische terminologie bij Jung. Een chronologie, een begrippenregister en aanvullende documenten onderscheiden de stellingen van 1915 van hun latere uitwerking in Psychologische typen, Aion en de essays over archetypen.