Percy Bysshe Shelley (1792–1822) was een van de meest visionaire en onrustige stemmen van de Engelse romantiek: geboren in een welgestelde familie, maar al vroeg in conflict met gezag, conventies en de politieke en religieuze orthodoxie van zijn tijd. Zijn leven werd getekend door omzwervingen door Engeland en het Europese continent, door vriendschappen met andere grote schrijvers, en door een bestaan dat even intens als kort was; toch liet hij in nauwelijks drie decennia een indrukwekkend oeuvre na van poëzie, lyrische drama's, politieke gedichten en essays. Shelley werd vooral bewonderd om zijn muzikale taal, zijn verbeeldingskracht en zijn vermogen om abstracte idealen om te zetten in meeslepende poëtische beelden. In zijn werk keren steeds terug: vrijheid, verzet tegen tirannie, de kracht van de verbeelding, de kwetsbaarheid van liefde en de hoop op morele en maatschappelijke vernieuwing. Zijn lyrische drama's en gedichten verbinden persoonlijke emotie met grote filosofische en politieke vragen, waardoor ze nog altijd verrassend actueel zijn in een tijd van discussie over macht, rechtvaardigheid, milieu en individuele autonomie. Shelley's betekenis ligt niet alleen in zijn invloed op latere dichters, maar ook in zijn blijvende voorbeeld van literatuur als morele en revolutionaire kracht. Wie houdt van idealistische poëzie, grote gevoelens, intellectuele spanning en literatuur die zowel ontroert als uitdaagt, zal in Shelley een blijvende metgezel vinden.