Verbannen. Naar een klein stadje waar niemand me kent. Ik vertel ze dat ik alleen op bezoek ben, maar de waarheid is veel erger. Ze hoeven de waarheid niet te weten. Ze willen de waarheid niet weten.
Zij is daar het levende bewijs van.
Ook zij is verbannen, maar dan uit het leven van haar zus. Ze staat buitengesloten toe te kijken. Ze verbergt haar pijn achter boze blikken en nog bozere woorden. Misschien was ik gek dat ik haar wilde leren kennen, of misschien herkende ik gewoon iemand in wie ik mezelf zag. Iemand die me niet zou veroordelen.
Ik moest alleen een manier vinden om haar met me te laten praten.
Willow
Een bekeuring? Die nieuwe agent gaf me een bekeuring. Daarmee liet hij zien aan welke kant hij stond, en dat was niet de mijne. Geen verrassing. Niemand stond aan mijn kant. Ik was niet welkom in mijn eigen geboortestad.
En toen bood hij me een drankje aan? Wat bezielde hem? Iedereen zou hem vertellen dat hij bij me uit de buurt moest blijven. Maar als hij zijn geld wilde verspillen…
Ik had dat drankje niet moeten aannemen. Ik had niet met hem moeten praten. Of hem moeten kussen. Of hem binnen moeten laten toen hij me naar huis bracht. Ik speelde met vuur. Hij was adembenemend knap en heerlijk bijdehand, en de eerste in veel te lange tijd die deed alsof ik ertoe deed.
Het werkte verslavend. Hij werkte verslavend. Maar ik wist wel beter dan te denken dat mij iets goeds kon overkomen.