Mijn tante had me erin geluisd. Ze had me uitgenodigd om met kerst bij haar te komen logeren en haar herberg op te knappen voor de verkoop. In plaats daarvan bleek ze tot en met Nieuwjaar gasten te hebben geboekt en zat ik vast in de hel van een klein dorp.
Er waren een paar lichtpuntjes. Zoals de serveerster met haar volle rondingen, die moeiteloos omging met de al te amicale gasten. Mij negeren ging haar net zo makkelijk af, maar ik liet me niet zomaar afschepen.
En na één kus en één leugentje al helemaal niet meer.
Piper
‘Hij is zo’n man die vrouwen doet vergeten waarom ze niet aan daten doen.’
Ik was gelukkig als vrijgezel. Het was makkelijk. Een avontuurtje hier en daar, en ik kwam niets tekort. Ik had geen relatie nodig. Ik wilde geen relatie.
Geen echte, en ook geen neppe.
Maar het was veel te leuk om Gavin te zien spartelen. Dus deed ik alsof. We waren min of meer vrienden, en na de feestdagen zou hij vertrekken. Het kon geen kwaad.
Maar zelfs bij een neprelatie horen zoete kussen, tedere aanrakingen en nachten tussen de lakens. Niets daarvan voelt nep.
Ik stond mezelf toe hem te vertrouwen. Ik liet mezelf geloven dat hij anders was. Ik liet mezelf bijna verliefd op hem worden.
Laat maar. Ik ben gevallen. Ik hoop alleen dat hij me opvangt.